Beveiliging van een transformator.

Een transformator moet volgens de verschillende normen altijd goed worden beveiligd.

Welke normen precies van toepassing zijn hangt af van de toepassing maar in Nederland is in ieder geval de NEN 1010 van toepassing en meestal ook de NEN-EN 60204-1.

Ook is binnen Europa de laagspanningsrichtlijn van toepassing.

De belangrijkste beveiligingen die we onderscheiden zijn : 1. kortsluit- 2. overbelastings- en 3 temperatuurbeveiliging.

De eerste moet eigenlijk altijd worden toegepast.
Bedenk wel dat een transformator met een gering vermogen wanneer deze achter een smeltpatroon van b.v. 16 A wordt geinstalleerd lang niet altijd goed is beveiligd!
(kortsluitstroom van een transformator).
(hier staat een rekenvoorbeeld over dit probleem.)

Als de transformator achter een beveiling is geschakeld die groter is dan 16A moet ook een beveiliging tegen overbelasting aanwezig zijn.

De NEN 1010 geeft hierover duidelijke richtlijnen. Raadpleeg de NEN 1010!

Een temperatuurbeveiliging wordt toegepast als de transformator kortstondig wordt overbelast maar gemiddeld niet boven z'n nominale belastbaarheid uit komt.
Een intermiterende belasting.
Een lastransformator is daarvan een goed voorbeeld.

Bij een transformator met verschillende secundaire windingen moet elke winding apart beveiligd worden. Eén beveiliging primair is hier niet voldoende!