Wat is van belang bij de opgaaf van het vermogen?

Geef het vermogen op in VA en niet in watts.
Bij meerdere secundaire uitgangen, geef dan van elke spanning apart het benodigde vermogen op en ook hoeveel gelijktijdig worden gebruikt.
Niet alleen het totaalvermogen want er zijn vele verschillende optellingen te verzinnen om aan hetzelfde totaalvermogen te komen.
Het vermogen wordt berekend met de formule : U x I x cos.phi = (watt) .(werkelijk vermogen)

Voor een transformator is van belang dat de draad de juiste dikte krijgt voor de stroom die erdoor moet lopen.
Daarom wordt het vermogen van een transformator in VoltAmpère opgegeven. (schijnbaar vermogen)
De opgenomen stroom kan alleen goed worden berekend uit het schijnbaar vermogen.
De cos.phi kan immers elke waarde hebben tussen nul en één ! En deze cos.phi wordt bepaald door de belasting.
Alleen als de belasting ohms is is de cos.phi één. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een gloeilamp of een verwarmingselement.
In dit geval is watt gelijk aan VA. Maar verder nooit! Bij de meeste apparaten b.v. een motor is de belasting inductief.
De cos.phi is dan altijd kleiner dan één en het vermogen in watt's < het vermogen in VA.

Wanneer U toch het vermogen in watt's en VA aan elkaar gelijk gaat stellen moet U ook direct de brandweer bellen!!!

Bij meerdere uitgangsspanningen van ELKE spanning de bijbehorende stroom vermelden !

Indien de uitgangsspanning gelijkspanning moet zijn aangeven of dit pulserend dan wel afgevlakt en gestabiliseerd moet zijn.

Een rekenvoorbeeld over bovenstaand probleem.